FJH

Judaica

Abraham Yinnon (1913-1995), vaderlijke vriend

Portret Abraham Yinnon

Abraham Yinnon in 1991 bij de presentatie van Elma Verhey’s Om het Joodse kind. Foto: Bert Nienhuis

De kennismaking met Yinnon is pas van na mijn studietijd in Israël. Ook min of meer bij toeval. En het klikte: we hadden eenzelfde belangstelling voor de Hebreeuwse Bijbel. Voor de oorlog had hij het examen godsdienstonderwijzer aan het Ned. Israelitisch Seminarium afgelegd, gaf lessen Hebreeuws, schreef een Hebreeuwsch Themaboek (eerste druk 1941), dook onder op aandrang van de predikant E.L. Smelik en zette zich na de bevrijding in voor de Joodse oorlogspleegkinderen. Na zijn emigratie naar Palestina/Israël vervulde hij – inmiddels niet meer De Jong, maar Yinnon – diverse functies in het onderwijs en werd inspecteur voor het bijbelonderwijs aan de niet-religieuze scholen (niet in het religieuze onderwijs, zoals vermeld wordt in het ‘Joods Biografisch Woordenboek’).

Toen ik hem beter leerde kennen liet hij mij ook weten hoe hij voor de oorlog in de Rosenthaliana kwam. Daardoor vertegenwoordigde hij voor mij ook de vooroorlogse bezoekers van de bibliotheek. Door onze contacten raakte ik onder de indruk van de rol die hij in het bevrijde Zuiden van Nederland in 1944/45 had gespeeld en van het blad dat hij had uitgegeven. Een blad dat bij nader inzien ook nergens meer was (op de Rosenthaliana moeten we een set gehad hebben, maar die bleek er niet meer te zijn). Ik sprak hem toen van een facsimile-uitgave, hetgeen hij aanvankelijk behoorlijk overmoedig vond. Maar samen met Tamarah Benima, Ineke (later Chaya) Brasz, Jan Hagen, Jan Brauer en Jan Driever hebben we in 1985 de klus geklaard en nog steeds mogen we tevreden zijn over deze bronnenuitgave van Le-ezrath Ha-am / Het volk ter hulpe ‘het eerste Joodse blad in 1945, Eindhoven-Amsterdam’, met een bandontwerp van Otto Treumann. De aandacht die wij vestigden op de periode van net na de oorlog was vroeg – de belangstelling ging hoofdzakelijk uit naar de oorlog zelf, pas later komen de naoorlogse jaren in beeld bij een groter publiek.

In de inleidende tekst komt ook aan de orde het kleine nood-haggadaatje (paasgebedenboekje) dat De Jong samen met anderen had laten vervaardigen ter gelegenheid van Pesach in maart/april 1945. Dat haggadaatje hebben Tamarah Benima en ik in 1995 – 50 jaar na dato – heruitgegeven met een fleurig omslag en een nawoord. Als een hommage aan de makers van 1945. In het Nieuw Israelietisch Weekblad is toen in 1995 ook opnieuw afgedrukt de rede die A. de Jong aan de vooravond van Pesach, 28 maart 1945, voor Radio Herrijzend Nederland heeft gehouden, een ‘klassieke tekst’, waarin zijn gedachten uitgingen naar ‘alle verstrooiden van Israël, waar zij zich ook bevinden. (…) Wij zeggen vanavond tot elkaar en in het bijzonder tot onze broeders die nog onder de Duitsche bezetting leven, de woorden die Mozes tot Jozua sprak, vlak voor de intocht in het beloofde land: “Weest sterk en moedig, chazak we-emmats!” ’

In de herfst van 1995 zou hij overlijden. In hem verloren wij als gezin een vaderfiguur, want niet alleen was hij voor Ruth en mij een vaderlijke vriend, voor onze jongens was hij een grootvader geweest. Zijn belangstelling voor mij persoonlijk en zakelijk ervoer ik als een bemoediging.

Voor meer over Abraham Yinnon: zie het interview van Tamarah Benima met hem in Le-ezrath Ha-am, (1985), p. LII–LVIII; Joden in Nederland in de Twintigste Eeuw. Een biografisch woordenboek. Onder red. van Rena Fuks-Mansfeld e.a. (Utrecht 2007), p. 151v.

Meer judaica

Zoals ik mij door Yinnon liet aanzetten tot de heruitgave van blad en haggada, zo speelde ik ook een rol bij uitgave van werk van dr. Henriette Boas – ik denk aan haar bundel Bewust. Joodse Nederlandse vrouwen (1992) en bij de postume uitgave van Eddy van Amerongens herinneringen aan Joods Amsterdam, samen met Thea Cohen: Nog slechts herinnering … (2002).

Uiteraard vormden jubilea van de Bibliotheca Rosenthaliana aanleiding voor publicatie en tentoonstelling: Bibliotheca Rosenthaliana 100 jaar (1980), 20 jaar Studia Rosenthaliana (1987), Leeser Rosenthal tweehonderd jaar geleden geboren (1994). Maar ook een afscheid was reden tot een bijdrage over de bibliotheek (Verheus 1985, Offenberg 2006). Sinds 1993 meldde ik bijzondere moderne aanwinsten in Studia Rosenthaliana.

Het initiatief tot uitgaven werd vaak samen met anderen genomen, zo verschenen: A Guide to Libraries of Judaica and Hebraica in Europe (1985), Markante Nederlandse Zionisten (1996), de heruitgave van David H. de Castro, Keur van grafstenen (1999) en de Gids voor onderzoek naar de geschiedenis van de joden in Nederland (2000). Onder het kopje Begeleiding worden enkele publicaties genoemd, waarbij ik soms zeer intensief het redactionele proces begeleid heb, zoals de bibliografie van Hanna en Lodewijk Blok (2007).

Relatief weinig schreef ik over de relatie ‘Kerk en Israël’. De bijdrage (1993) over de ‘profetische’, schokkende korte rede van prof. Heering vind ik misschien wel het meest geslaagd, ook omdat die gebaseerd is op een tot toen onbekende, in Genève bewaarde, bandopname uit 1948.