FJH

Biblica/Hebraica

M(artinus) A(drianus) Beek (1909-1987), mijn leermeester

Portretfoto M.A. Beek

Mijn grote liefde in de theologie is eigenlijk altijd uitgegaan naar de Biblia Hebraica – van meet af aan ben ik geboeid geweest door tekst en exegese, maar ook door de man die het vak gaf en zijn medewerkster, mijn latere collega, Aleida G. van Daalen. In mijn vierde jaar kwam een telefoontje van Beek – Beek telefoneerde in principe nooit (‘in Kampen was geen telefoon’) – of ik de organisatie op me wilde nemen van de archeologische tentoonstelling De Wereld van de Bijbel, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het Nederlands Bijbelgenootschap. Achteraf gezien was dat een schot in de roos, want daar ontdekte ik dat zo iets me lag. Het werd een succes, ondanks de beperkte middelen.

Vervolgens zorgde Beek voor een aanbeveling voor een studiebeurs van het Israëlische Ministerie van Onderwijs in Jeruzalem en na een tour door het land met de Theologische Faculteit onder leiding van Beek, bleef ik achter om mijn weg te vinden in het studentenleven in Jeruzalem. Samen met Hanna Blok-van den Boogert, die na haar tijd in de kibboets vastbesloten was om in Jeruzalem te studeren. Op afstand bleef Beek het volgen en in het voorjaar van 1966 leidde ik hem rond over de campus van de Hebreeuwse Universiteit en waren we samen te gast bij prof. en mevrouw Seeligmann, zijn studievriend en (later) conservator van de Rosenthaliana in de eerste naoorlogse jaren, bij wie Hanna en ik ook college liepen. Seeligmanns dissertatie over de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel (1948) las ik in die tijd met interesse en het door Seeligmann aan Beek opgedragen exemplaar mocht ik later ontvangen uit de nalatenschap van Beek.

Na mijn terugkomst was er weer het werk van de student-assistent voor OT, de bijzondere samenwerking met dr. Aleida G. (Liet) van Daalen, de bijeenkomsten van Beeks werkgezelschap, het afstuderen op een scriptie over 1 Samuel 16, ons huwelijk in Amsterdam met Beeks preek over de bruiloft van Kana, en na enige tijd het zoeken naar een baan. We verkenden toen diverse mogelijkheden, kerkelijk en niet-kerkelijk. Een van de kansen leek het directeurschap van het Bijbels Museum, maar de financiering ervan was op dat moment nog net niet in orde.

Het leven had voor mij een andere wending in petto: het werd na contact met het echtpaar Fuks-Mansfeld en prof. S. van der Woude de Bibliotheca Rosenthaliana in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek (UB). Een leven ten dienste van de wetenschap en wetenschappers. Maar ook met eigen wetenschappelijk werk. Achteraf gezien is het bijna niet voor te stellen dat Collega-conservator Offenberg in grote mate en ik in mindere mate zo veel ‘er naast’ hebben gepubliceerd. Dat is veel nachtwerk geweest. Feestbundels voor Beek, Liet van Daalen, Niek van Uchelen, Karel Deurloo. Ondanks de plannen is het niet van een dissertatie op oudtestamentisch terrein gekomen.

Wat was voor mij het bijzondere van Beek als docent? Dat was zijn benadering van de godsdienst van Israël en de ontwikkeling van zijn exegetische aanpak – steeds meer in de richting van wat leerlingen als Karel Deurloo en Liet van Daalen voorstonden. Na zijn programmatisch artikel ‘Verzadigingspunten en onvoltooide lijnen in het onderzoek van de Oudtestamentische literatuur’ op verzoek van Roel Oost geschreven voor Vox Theologica (1968) schreef hij het inspirerende opstel ‘The meaning of the expression ‘the chariots and the horsemen of Israel’ (2 Kings 2:12)’ in: Oudtestamentische Studiën 17,1972.

Blijvende invloed

Omslag Hooglied

Hooglied uit de serie Een vertaling om voor te lezen (1998). Omslag: Lika Tov

Beek had in 1961 met zijn afgestudeerde doctoraal studenten de Societas Hebraica Amstelodamensis (SHA) opgericht: een Amsterdams werkgezelschap ter bestudering van de Hebreeuwse Bijbel. In de SHA hebben we in zijn geest verder gewerkt, met vertaalgroepjes, met lectiones, met publicaties als de reeks Amsterdamse Cahiers, een initiatief van Karel Deurloo. De vertaalgroepen legden hun proeven op tafel als bewijs dat idiolect vertalen ook een mogelijkheid is – dat er meer coloriet van het Hebreeuws behouden kan blijven zonder dat het Nederlands geweld wordt aangedaan – het leidde tot tien uitgaven in de serie Een vertaling om voor te lezen (NBG/KBS). Maar wat in de strijd om de ‘oecumenische bijbel’ rond 1970 al duidelijk werd, ‘men’ wilde geen ‘vrije’ en geen ‘letterlijke’ (als de onze), maar een compromis-vertaling, die het midden hield. De NBV had aan de opvattingen van onze groep eigenlijk geen behoefte, hoewel het aspect van de liturgische bruikbaarheid van de tekst gelukkig serieuze aandacht kreeg. De teleurstelling over veel in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) werd verwoord door Karel Deurloo, die lange tijd als Beeks opvolger voorzitter was van de SHA. Ondanks deze impasse zijn de laatste tijd de banden tussen NBG en SHA bevestigd en wordt er naar nieuwe perspectieven voor het vertaalwerk gezocht.

Ook in het culturele Genootschap Nederland-Israël hebben we in Beeks geest verder gewerkt, in de eerste plaats in het bestuur van Amsterdam, later in het hoofdbestuur. In 2008 publiceerden Daphne Meijer en Brigitte Tillema op ons verzoek een geschiedenis van het genootschap, een fraai uitgegeven boek onder de titel Twee vlaggen op tafel. Wat mij betreft springen daar twee momenten uit: a. de bundeling van bewerkte lezingen in Amsterdam: Markante Nederlandse zionisten inclusief een reeks interviews met de jongere naoorlogse voorzitters van de Nederlandse Zionisten Bond (1996); b. bij het vijftigjarig bestaan van de Staat Israël werden poëzieposters (Aradi, Amichai, Sivan) uitgebracht, vormgegeven door Joseph Semah.

Voor wie verder over Beek wil lezen raad ik zijn extraverte biografie aan: Wegwijzers en wegbereiders. Een halve eeuw oudtestamentische wetenschap. (Baarn 1975) en/of Lenie van Reijendam-Beek, (red.), Hier blijven half alle ogenblikken. Keuze uit het werk van M.A. Beek. (Baarn 1988). Korter en krachtiger: Lenie van Reijendam-Beek, ‘Martinus Adrianus Beek (1909-1987)’ in H. Blok e.a. red., Om voor te lezen – Miqra (2005), p. 99-107.